5 april 2018

Het maken van
een eigen font

Auteur: Jort Lanting
Leestijd:
4 minuten
ontwerp, font, typeface

Misschien heb je het al voorbij zien komen; wij hebben ons eigen font! Voor mij als ontwerper was het maken van een eigen font een lang gekoesterde droom en inmiddels is het zo ver; we kunnen bij wijze van spreken een Word-document openen en dit helemaal voltikken met onze eigen letters en karakters!

Dat we zijn gestart met het maken van ons eigen font, is gekomen doordat ons logo een woordmerk is dat volledig bestaat uit zelfontworpen letters. Deze bestaan uit verschillende geometrische vormen waardoor ze een geheel eigen identiteit krijgen. Een identiteit die past bij Publiek en die wij dan ook niet in een ander bestaand lettertype terug vonden. Dus hebben we besloten om zelf de handen uit de mouwen te steken.

Dat dit een monnikenwerk is, daar ben ik als ontwerper wel achter gekomen. Dagen heb ik gestoeid met de ruimtes tussen alle karakters en de hoogtes ervan. Hieronder vertel ik over dit proces!

Het begint met een basislijn

Nadat je een fontstijl hebt ontwikkeld zoals wij hebben gedaan met de letters uit ons logo, dan is het bepalen van de grootte van alle karakters de eerstvolgende stap. Dit begint bij de basislijn. Dit is de lijn waarop je alle karakters plaatst. Wanneer je jouw eigen karakters op een basislijn zet, zul je al snel merken dat er karakters zijn die onder de lijn uitsteken. Denk bijvoorbeeld aan de onderkant van de 'p' of de 'j'. Deze aan de onderkant uitstekende ruimte, noemen we de staartlengte.

De hoogte bepalen

De hoogte van de karakters bepalen we vervolgens aan de hand van de zogenaamde X-hoogte. Dit is de horizontale lijn die in principe alle karakters aan de bovenkant aanraakt. Net zoals bij de basislijn, zijn er echter ook karakters die zich niet helemaal aan de X-hoogte houden. Karakters die hier boven uitsteken zijn bijvoorbeeld de ‘k’ en de ‘t’. De ruimte die boven de X-hoogte uitsteekt, noemen we de stoklengte. Wij hebben er zelf voor gekozen om de hoogte van onze hoofdletters ook gelijk te stellen aan de stoklengte. Dit is echter geen verplichting.

Ook de rondingen van karakters zijn erg belangrijk. Karakters met rondingen er in, bijvoorbeeld een ‘o’ of een ‘p’ lijken met het blote oog namelijk te klein te zijn in vergelijking met letters met rechte lijnen. Dit is een optische illusie. Om er toch voor te zorgen dat alle karakters voor het blote oog van een gelijke grootte zijn, maken we de karakters met rondingen iets groter dan de andere karakters. De grotere ruimte die de rondingen innemen, noemen we het overschot.

Rekening houden met de ruimte tussen de karakters

Wanneer je de grootte van alle karakters hebt bepaald, is het tijd om te kijken naar de horizontale ruimtes tussen de karakters. Deze ruimtes zijn erg belangrijk voor de uiteindelijke leesbaarheid van het font. Een heel karwei! Je moet namelijk voor elk  individueel karakter de ruimte aan de zijkanten bepalen.

Het is belangrijk dat je dit per karakter bepaalt. De rondingen van elk karakter bepalen namelijk hoeveel ruimte een karakter meekrijgt aan beide zijkanten. Typograaf Ilene Strizver heeft hiervoor een eenvoudige regel opgesteld. Volgens haar is er tussen 2 karakters met rechte zijden de meeste ruimte nodig. Tussen een karakter met een rechte zijde en een karakter met een ronde zijde iets minder en tussen 2 karakters met rondingen is de minste tussenruimte nodig. De ruimte aan de linkerkant noemen we de left sidebearing en de ruimte aan de rechterkant de right sidebearing.

De laatste stap is de letterspatiëring. Dit is het proces waarbij je voor iedere lettercombinatie aan de hand van de regel van Ilene Strivzer controleert of de ruimte tussen de letters klopt. Dit is echt een precisiewerk waarbij een goed getraind oog van pas komt! Lukt het niet direct, bedenk je dan dat oefening kunst baart! 

Wat vind je van het artikel?:
/nl/lezen/een-font-voor-publiek
41
56